Naar hoofdcontent van deze pagina
De pagina voorlezen met gebruik van ReadSpeaker

Landschappelijke karakteristieken

Op deze pagina kunt u meer lezen over landschapselementen die in het buitengebied van Houten voorkomen.

Landschappelijke karakteristieken
Landschapselementen
Waterelementen
Cultuurhistorische elementen
Overige elementen

Landschappelijke karakteristieken

De gemeente Houten is in grote lijnen op te delen in twee landschapstypen, de stroomruggronden en de komgronden. Beide gebieden hebben hun eigen landschappelijke kenmerken en hun karakteristieke elementen. De stroomrug is weer op te delen in twee gebieden namelijk het stedelijk gebied rond Houten (Deelgebied Stedelijke zone) en het resterende deel van de stroomrug ten oosten van Houten, rond 't Goy (Deelgebied 't Goy). De komgronden, de polders rond Schalkwijk, worden gezien als één deelgebied (Deelgebied Schalkwijk). De overgangszone van komgronden naar oeverwal, de oeverwal en de uiterwaarden vormen samen een deelgebied (Deelgebied Oeverwal). Hieronder treft u een overzicht aan van de kenmerken per deelgebied, gevolgd door een beschrijving van de meest voorkomende landschapselementen. Onder de "downloads" aan de rechterzijde van deze pagina treft u een overzicht aan van de streekeigen beplanting.

 

Deelgebied 't Goy

Deelgebied 't Goy heeft qua bodem, verkaveling en oude wegenpatronen een vergelijkbare samenstelling als deelgebied Stedelijke zone. Het gebied kent twee kleine bebouwingskernen van 't Goy en landgoed Wickenburg met haar beplantingen. Verdere karakteristieken van het gebied zijn de vele boomgaarden, erf- en laanbeplantingen, met tevens belangrijke natuurwaarden. Het gebied heeft een kleinschalig gesloten karakter met enkele belangrijke zichtlijnen. Van oudsher stonden voornamelijk in deelgebied 't Goy en Stedelijke zone veel karakteristieke hoogstamboomgaarden. Restanten hiervan zijn nog steeds aanwezig.

Deelgebied Schalkwijk

Dit deelgebied heeft binnen de gemeente een geheel eigen identiteit. De bodem ligt laag, is nat en bestaat voornamelijk uit relatief kalkloze rivierkleigronden en is opgedeeld in een regelmatige strookverkaveling vanuit ontginningsassen met een netwerk van sloten en weteringen. Het deelgebied is hoofdzakelijk bebouwd langs de ontginningsas Schalkwijk en herbergt verder restanten en bouwsels van de Nieuwe Hollandse waterlinie en oude kastelen (Schalkwijk, Marckenburg). De wegen en sloten zijn recht en vaak lang. Zeer karakteristiek is dat het gebied een zeer open karakter heeft. Verdere kenmerken zijn erf- en laanbeplanting, beplanting rond forten en de eendekooi en doorsnijding Adam-Rijnkanaal en spoorlijn. De sloten en slootkanten in polder Vuylcop, Blokhoven en Biesterpolder en ook langs het inundatiekanaal en het veenmoerasgebied Rietveld herbergen belangrijke natuurwaarden.

Deelgebied Oeverwal

De bodem van dit deelgebied bestaat uit kalkloze en kalkhoudende rivierkleigronden (stroomruggronden) en is opgedeeld in onregelmatige verkaveling en daaraan gekoppeld patroon van sloten en weteringen en oude wegenpatronen langs ontginningsassen en op dijken. Het gebied ligt hoger en droger dan het komgebied Schalkwijk. De meer geconcentreerde bebouwing bestaat uit lintbebouwing langs de ontginningsassen van de twee kernen van Tull en 't Waal. De overige bebouwing treft men verspreid aan langs de wegenpatronen. Verdere kenmerken zijn geriefhoutbosjes, erfbeplanting, grienden en de beplanting rond fort Honswijk, met tevens belangrijke natuurwaarden. De ruimtelijke kenmerken bestaan uit een afwisselend besloten en open karakteren aan de buitendijkse zijde een uiterwaardenlandschap.

Landschapselementen

Landschappelijke karakteristieken worden veelal bepaald door het voorkomen van diverse landschapselementen. Een landschapselement is een onderdeel van het landschap dat door zijn vorm of voorkomen als zodanig herkenbaar is. Hieronder volgt een overzicht met beschrijving van de meest voorkomende of opvallende landschapselementen in de gemeente Houten.

Bomenrijen/wegbeplanting

Bomenrijen zijn lijnvormige beplantingselementen bestaande uit afzonderlijke bomen van min of meer dezelfde ouderdom, zonder ondergroei. Bomenrijen komen in het gebied vooral voor in de vorm van wegbeplantingen en soms als restanten van houtsingels. Ook zijn er in het gebied verschillende knotbomenrijen aanwezig langs waterlopen. Wegbeplanting komt in verschillende vormen voor. Bomenrijen vormen belangrijke structuurbepalende elementen. Ze zorgen voor een ruimtelijke inpassing van wegen in het landschap, dienen als verkeersgeleiding, oriëntatiemiddel, vervullen een windremmende functie, een functie als ecologische verbinding. De bomenrijen in het gebied bestaan vooral uit essen, populieren en wilgen.

Houtsingels

Houtsingels zijn lijnvormige beplantingselementen en hebben als zodanig landschappelijke waarde. Houtsingels kunnen afhankelijk van de samenstelling, het ontwikkelingsstadium en de onderhoudstoestand meerdere verschijningsvormen hebben. In het gunstigste geval is er sprake van een rij bomen met daaronder een struiklaag en een kruidlaag. Wat betreft de landbouwkundige betekenis van de singels is windkering in de huidige situatie de belangrijkste functie. Singels dienen als broed- en rustplaats voor vogels, als winterverblijfplaats voor insecten en vinden kleine zoogdieren er beschutting. Houtsingels dienen als begeleiding voor verschillende diersoorten en zorgen zo voor uitwisseling tussen gebieden.

Grienden en (hakhout)bosjes

Bosjes vinden we vooral op de overgangsgronden van komgronden naar oeverwal. Ook op plaatsen langs of in de buurt van bebouwingslinten en boerderijen vinden we geriefhoutbosjes. Deze zijn ontstaan door spontane opslag of zijn bewust aangeplant om in vroeger tijden te voorzien in de behoefte aan hout voor het bedrijf en het huishouden. Het hout uit grienden werd voornamelijk gebruikt voor het maken van beschoeiingen en het vlechten van bijvoorbeeld manden.

Erfbeplantingen

De meeste boerderijen zijn voorzien van erfbeplanting. De aard en de vorm van de beplanting kan sterk uiteenlopen: oprijlanen, solitaire bomen, boomgroepen, geriefhoutbosjes, singelbeplanting, kleine boomgaarden of combinaties hiervan. De functie van de erfbeplanting is eveneens van uiteenlopende aard: luwte tegen wind en zon, gebruik (hout, fruit) en esthetische waarde.
Door de variatie in vorm en de relatie met andere beplantingselementen kunnen ze bijdragen aan de ecologische waarden van het gebied. Als beplanting voor de voorgevel van boerderijen zijn ook op verschillende plaatsen leibomen aanwezig.

Boomgaarden

In het gebied komen vooral boomgaarden voor in het deelgebied 't Goy en deelgebied Oeverwal. De boomgaarden staan hoofdzakelijk op de kleigronden, die bij uitstek geschikt is voor deze vorm van grondgebruik. Hoogstamboomgaarden zijn nagenoeg niet meer aanwezig maar er zijn nog wel restanten, voornamelijk als erfbeplanting (huisboomgaarden).

Solitaire bomen

Op verschillende plaatsen staan solitaire bomen. Soms gaat het om bomen als (knot)wilg of els die een restant vormen van wat ooit een volledige singel was. Op erven staan vaak solitaire bomen. Solitairen hebben vaak cultuurhistorische betekenis, leveren een bijdrage aan de belevingswaarde en kunnen als herkenningspunten fungeren. Ook fungeren ze als broed- of rustplaats voor vogels en leveren zo een bijdrage aan de ecologische waarden van het gebied.

Bermen

Bermen zijn stroken grond die een spoor-, weg- of dijklichaam of afwatering steunen. Bermen kunnen waardevolle verbindende elementen vormen voor kleinere zoogdieren en insecten. Dit is vooral het geval als ze extensief worden beheerd, waarbij een ecologisch waardevolle schrale vegetatie met een grote soortenrijkdom kan ontstaan.

Overige elementen

Tot de overige beplantingselementen in het gebied kunnen ook de Eendenkooi De Knoest, de beplanting van het Elpad en de beplanting van het Wickenburgsepad worden gerekend.

Waterelementen

Sloten vormen kenmerkende elementen in de gemeente Houten. Ze zijn op de greppels na de kleinste eenheden waarmee het oppervlaktewater wordt afgevoerd. De oriëntatie van de sloten is gekoppeld aan het verkavelingspatroon. De wat grotere lineaire waterelementen zijn de vlieten en weteringen, zoals de Blokhovense Molenvliet, Dwarstocht, Waalsewetering, Goyerwetering, Marckenburgsewetering, Pothuizerwetering, Honswijkerwetering, Schalkwijksewetering, en Houtense Wetering. Oevers van waterlopen kunnen, in combinatie met de waterlopen zelf, belangrijke ecologische verbindingen vormen. Ook de waterpartijen van (voormalige landgoederen) zoals, Wickenburg, Schonauwen en kasteel Schalkwijk vormen kenmerkende elementen in het landschap.

Rivieren en kanalen
Het gebied is gevormd door de rivieren de Kromme Rijn en De Lek. De Lek vormt dan ook nog steeds een belangrijk element in het Houtense landschap. Het Amsterdam-Rijnkanaal is een lijnvormig element zonder enige relatie met de geomorfologische geschiedenis. Het vormt een ecologische barrière tussen het open komgebied en de stroomrug.

Water van de Nieuwe Hollandse Waterlinie
Alle forten van de Hollandse Waterlinie in Houten hebben een grachtenpatroon rondom. De grachten zijn relatief schoon en een aantal herbergt bijzondere water- en oevervegetaties. Het inundatiekanaal is een onderdeel van de Hollandse Waterlinie en is gebouwd om bijbehorende inundatievelden onder water zetten. Het inundatiekanaal is samen met zijn forten een element met grote historische, ecologisch en recreatieve waarde.

 

Cultuurhistorische elementen

Nieuwe Hollandse Waterlinie
De Nieuwe Hollandse Waterlinie is een verzamelnaam voor de verschillende forten, inundatiekanalen, inundatievelden en dijken die in en buiten het gebied voorkomen,. De Hollandse Waterlinie is destijds gebouwd als verdedigingswerk om verschillende Hollandse steden te kunnen beschermen door grote delen van het land onder water te laten lopen.


Kastelen / landgoederen
In Houten staan kasteel Heemstede en huis te Wickenburg. Het huis te Wickenburg maakt onderdeel uit van landgoed Wickenburg dat als parkbos cultuurhistorische waarde heeft. Bij beide kastelen is een oprijlaan aanwezig die zowel landschappelijk als cultuurhistorisch van betekenis zijn. Van kasteel Schonauwen bestaat de toren en de oprijlaan nog. Ook zijn er restanten van oude kastelen zoals het voormalig kasteel Marckenburg en Schalkwijk aanwezig. Deze overblijfselen zijn cultuurhistorisch van belang.


Boerderijen en bebouwingslinten
In het gebied zijn verschillende boerderijen en oude landhuizen aanwezig die een cultuurhistorische en landschappelijke waarde vertegenwoordigen. Het betreft vooral monumentale boerderijen en de bebouwingslinten. Boerderijen die aangewezen zijn als Rijksmonument zijn vooral te vinden aan de Achterdijk, Waalseweg, de Oosterlaak en de Schalkwijkse Wetering. Tevens zijn er op de lijst van het Monumenten Inventarisatie Project van de Provincie andere objecten als cultuurhistorische waardevolle object opgenomen. Verder zijn er bijna 200 boerderijen, woonhuizen en andere objecten die de status van gemeentelijk monument hebben. Vele daarvan bevinden zich in het buitengebied.

Overige cultuurhistorische elementen
In de polder Vuylcop, langs de Schalkwijksewetering staat de toren Vuylcop, een cultuurhistorisch waardevol element. In Houten staan 4 kerken die vanuit het landelijk gebied moeilijk zichtbaar zijn. De kerktorens van t Goy, Schalkwijk en Tull en t Waal zijn daarentegen wel goed zichtbaar aanwezig.
In het buitengebied van Houten zijn veel archeologisch waardevolle terreinen en terreinen met archeologische waarde of betekenis aanwezig, voornamelijk op de stroomruggronden.

Overige elementen

De spoorlijn Utrecht-'s-Hertogenbosch met bovenleiding vormt een opvallende doorsnijding van het gebied voornamelijk in het open komgebied. De aanwezigheid van de spoorlijn wordt extra benadrukt door de bruggen over Lek en het Amsterdam-Rijnkanaal en door de hoge spoordijken.

De rijksweg A27 zorgt voor een opvallende doorsnijding van het gebied ten westen van Houten. Bijkomende elementen als viaducten, op- en afritten, vangrails en bewegwijzering versterken de invloed van de weg. Ook loopt een hoogspanningsleiding door de polder Oud-Wulven en Laagraven. De masten en leidingen zijn beeldbepalend in dit open weidegebied.

Landschappelijke karakteristieken

De gemeente Houten is in grote lijnen op te delen in twee landschapstypen, de stroomruggronden en de komgronden. Beide gebieden hebben hun eigen landschappelijke kenmerken en hun karakteristieke elementen. De stroomrug is weer op te delen in twee gebieden namelijk het stedelijk gebied rond Houten (Deelgebied Stedelijke zone) en het resterende deel van de stroomrug ten oosten van Houten, rond 't Goy (Deelgebied 't Goy). De komgronden, de polders rond Schalkwijk, worden gezien als één deelgebied (Deelgebied Schalkwijk). De overgangszone van komgronden naar oeverwal, de oeverwal en de uiterwaarden vormen samen een deelgebied (Deelgebied Oeverwal). Hieronder treft u een overzicht aan van de kenmerken per deelgebied, gevolgd door een beschrijving van de meest voorkomende landschapselementen. Onder de "downloads" aan de rechterzijde van deze pagina treft u een overzicht aan van de streekeigen beplanting.

Deelgebied Stedelijke zone

De bodem van dit deelgebied bestaat uit kalkloze en kalkhoudende rivierkleigronden (stroomruggronden) en is opgedeeld in onregelmatige blokverkaveling en oude wegenpatronen. Het gebied ligt hoger en droger dan het komgebied Schalkwijk. Meer dan de helft van het deelgebied bestaat uit de bebouwing van de kern Houten, omgeven door een rondweg met een aarden wal en kastanjebomen. Kasteel Heemstede met haar lange kasteellaan vormt hierin een opvallende verschijning. Verdere karakteristieken van het gebied zijn boomgaarden, bos Oud Wulvenbroek, hagen en laanbomen, met tevens belangrijke natuurwaarden. Het gebied heeft een kleinschalig gesloten karakter met enkele belangrijke zichtlijnen.

Deelgebied 't Goy

Deelgebied 't Goy heeft qua bodem, verkaveling en oude wegenpatronen een vergelijkbare samenstelling als deelgebied Stedelijke zone. Het gebied kent twee kleine bebouwingskernen van 't Goy en landgoed Wickenburg met haar beplantingen. Verdere karakteristieken van het gebied zijn de vele boomgaarden, erf- en laanbeplantingen, met tevens belangrijke natuurwaarden. Het gebied heeft een kleinschalig gesloten karakter met enkele belangrijke zichtlijnen. Van oudsher stonden voornamelijk in deelgebied 't Goy en Stedelijke zone veel karakteristieke hoogstamboomgaarden. Restanten hiervan zijn nog steeds aanwezig.

Deelgebied Schalkwijk

Dit deelgebied heeft binnen de gemeente een geheel eigen identiteit. De bodem ligt laag, is nat en bestaat voornamelijk uit relatief kalkloze rivierkleigronden en is opgedeeld in een regelmatige strookverkaveling vanuit ontginningsassen met een netwerk van sloten en weteringen. Het deelgebied is hoofdzakelijk bebouwd langs de ontginningsas Schalkwijk en herbergt verder restanten en bouwsels van de Nieuwe Hollandse waterlinie en oude kastelen (Schalkwijk, Marckenburg). De wegen en sloten zijn recht en vaak lang. Zeer karakteristiek is dat het gebied een zeer open karakter heeft. Verdere kenmerken zijn erf- en laanbeplanting, beplanting rond forten en de eendekooi en doorsnijding Adam-Rijnkanaal en spoorlijn. De sloten en slootkanten in polder Vuylcop, Blokhoven en Biesterpolder en ook langs het inundatiekanaal en het veenmoerasgebied Rietveld herbergen belangrijke natuurwaarden.

Deelgebied Oeverwal

De bodem van dit deelgebied bestaat uit kalkloze en kalkhoudende rivierkleigronden (stroomruggronden) en is opgedeeld in onregelmatige verkaveling en daaraan gekoppeld patroon van sloten en weteringen en oude wegenpatronen langs ontginningsassen en op dijken. Het gebied ligt hoger en droger dan het komgebied Schalkwijk. De meer geconcentreerde bebouwing bestaat uit lintbebouwing langs de ontginningsassen van de twee kernen van Tull en 't Waal. De overige bebouwing treft men verspreid aan langs de wegenpatronen. Verdere kenmerken zijn geriefhoutbosjes, erfbeplanting, grienden en de beplanting rond fort Honswijk, met tevens belangrijke natuurwaarden. De ruimtelijke kenmerken bestaan uit een afwisselend besloten en open karakteren aan de buitendijkse zijde een uiterwaardenlandschap.

Landschapselementen

Landschappelijke karakteristieken worden veelal bepaald door het voorkomen van diverse landschapselementen. Een landschapselement is een onderdeel van het landschap dat door zijn vorm of voorkomen als zodanig herkenbaar is. Hieronder volgt een overzicht met beschrijving van de meest voorkomende of opvallende landschapselementen in de gemeente Houten.

Bomenrijen/wegbeplanting

Bomenrijen zijn lijnvormige beplantingselementen bestaande uit afzonderlijke bomen van min of meer dezelfde ouderdom, zonder ondergroei. Bomenrijen komen in het gebied vooral voor in de vorm van wegbeplantingen en soms als restanten van houtsingels. Ook zijn er in het gebied verschillende knotbomenrijen aanwezig langs waterlopen. Wegbeplanting komt in verschillende vormen voor. Bomenrijen vormen belangrijke structuurbepalende elementen. Ze zorgen voor een ruimtelijke inpassing van wegen in het landschap, dienen als verkeersgeleiding, oriëntatiemiddel, vervullen een windremmende functie, een functie als ecologische verbinding. De bomenrijen in het gebied bestaan vooral uit essen, populieren en wilgen.

Houtsingels

Houtsingels zijn lijnvormige beplantingselementen en hebben als zodanig landschappelijke waarde. Houtsingels kunnen afhankelijk van de samenstelling, het ontwikkelingsstadium en de onderhoudstoestand meerdere verschijningsvormen hebben. In het gunstigste geval is er sprake van een rij bomen met daaronder een struiklaag en een kruidlaag. Wat betreft de landbouwkundige betekenis van de singels is windkering in de huidige situatie de belangrijkste functie. Singels dienen als broed- en rustplaats voor vogels, als winterverblijfplaats voor insecten en vinden kleine zoogdieren er beschutting. Houtsingels dienen als begeleiding voor verschillende diersoorten en zorgen zo voor uitwisseling tussen gebieden.

Grienden en (hakhout)bosjes

Bosjes vinden we vooral op de overgangsgronden van komgronden naar oeverwal. Ook op plaatsen langs of in de buurt van bebouwingslinten en boerderijen vinden we geriefhoutbosjes. Deze zijn ontstaan door spontane opslag of zijn bewust aangeplant om in vroeger tijden te voorzien in de behoefte aan hout voor het bedrijf en het huishouden. Het hout uit grienden werd voornamelijk gebruikt voor het maken van beschoeiingen en het vlechten van bijvoorbeeld manden.

Erfbeplantingen

De meeste boerderijen zijn voorzien van erfbeplanting. De aard en de vorm van de beplanting kan sterk uiteenlopen: oprijlanen, solitaire bomen, boomgroepen, geriefhoutbosjes, singelbeplanting, kleine boomgaarden of combinaties hiervan. De functie van de erfbeplanting is eveneens van uiteenlopende aard: luwte tegen wind en zon, gebruik (hout, fruit) en esthetische waarde.
Door de variatie in vorm en de relatie met andere beplantingselementen kunnen ze bijdragen aan de ecologische waarden van het gebied. Als beplanting voor de voorgevel van boerderijen zijn ook op verschillende plaatsen leibomen aanwezig.

Boomgaarden

In het gebied komen vooral boomgaarden voor in het deelgebied 't Goy en deelgebied Oeverwal. De boomgaarden staan hoofdzakelijk op de kleigronden, die bij uitstek geschikt is voor deze vorm van grondgebruik. Hoogstamboomgaarden zijn nagenoeg niet meer aanwezig maar er zijn nog wel restanten, voornamelijk als erfbeplanting (huisboomgaarden).

Solitaire bomen

Op verschillende plaatsen staan solitaire bomen. Soms gaat het om bomen als (knot)wilg of els die een restant vormen van wat ooit een volledige singel was. Op erven staan vaak solitaire bomen. Solitairen hebben vaak cultuurhistorische betekenis, leveren een bijdrage aan de belevingswaarde en kunnen als herkenningspunten fungeren. Ook fungeren ze als broed- of rustplaats voor vogels en leveren zo een bijdrage aan de ecologische waarden van het gebied.

Bermen

Bermen zijn stroken grond die een spoor-, weg- of dijklichaam of afwatering steunen. Bermen kunnen waardevolle verbindende elementen vormen voor kleinere zoogdieren en insecten. Dit is vooral het geval als ze extensief worden beheerd, waarbij een ecologisch waardevolle schrale vegetatie met een grote soortenrijkdom kan ontstaan.

Overige elementen

Tot de overige beplantingselementen in het gebied kunnen ook de Eendenkooi De Knoest, de beplanting van het Elpad en de beplanting van het Wickenburgsepad worden gerekend.

Waterelementen

Sloten, weteringen en vlieten

Sloten vormen kenmerkende elementen in de gemeente Houten. Ze zijn op de greppels na de kleinste eenheden waarmee het oppervlaktewater wordt afgevoerd. De oriëntatie van de sloten is gekoppeld aan het verkavelingspatroon. De wat grotere lineaire waterelementen zijn de vlieten en weteringen, zoals de Blokhovense Molenvliet, Dwarstocht, Waalsewetering, Goyerwetering, Marckenburgsewetering, Pothuizerwetering, Honswijkerwetering, Schalkwijksewetering, en Houtense Wetering. Oevers van waterlopen kunnen, in combinatie met de waterlopen zelf, belangrijke ecologische verbindingen vormen. Ook de waterpartijen van (voormalige landgoederen) zoals, Wickenburg, Schonauwen en kasteel Schalkwijk vormen kenmerkende elementen in het landschap.

Rivieren en kanalen

Het gebied is gevormd door de rivieren de Kromme Rijn en De Lek. De Lek vormt dan ook nog steeds een belangrijk element in het Houtense landschap. Het Amsterdam-Rijnkanaal is een lijnvormig element zonder enige relatie met de geomorfologische geschiedenis. Het vormt een ecologische barrière tussen het open komgebied en de stroomrug.

Water van de Nieuwe Hollandse Waterlinie

Alle forten van de Hollandse Waterlinie in Houten hebben een grachtenpatroon rondom. De grachten zijn relatief schoon en een aantal herbergt bijzondere water- en oevervegetaties. Het inundatiekanaal is een onderdeel van de Hollandse Waterlinie en is gebouwd om bijbehorende inundatievelden onder water zetten. Het inundatiekanaal is samen met zijn forten een element met grote historische, ecologisch en recreatieve waarde.

Cultuurhistorische elementen

Nieuwe Hollandse Waterlinie

De Nieuwe Hollandse Waterlinie is een verzamelnaam voor de verschillende forten, inundatiekanalen, inundatievelden en dijken die in en buiten het gebied voorkomen,. De Hollandse Waterlinie is destijds gebouwd als verdedigingswerk om verschillende Hollandse steden te kunnen beschermen door grote delen van het land onder water te laten lopen.

Kastelen en landgoederen

In Houten staan kasteel Heemstede en huis te Wickenburg. Het huis te Wickenburg maakt onderdeel uit van landgoed Wickenburg dat als parkbos cultuurhistorische waarde heeft. Bij beide kastelen is een oprijlaan aanwezig die zowel landschappelijk als cultuurhistorisch van betekenis zijn. Van kasteel Schonauwen bestaat de toren en de oprijlaan nog. Ook zijn er restanten van oude kastelen zoals het voormalig kasteel Marckenburg en Schalkwijk aanwezig. Deze overblijfselen zijn cultuurhistorisch van belang.

Boerderijen en bebouwingslinten

In het gebied zijn verschillende boerderijen en oude landhuizen aanwezig die een cultuurhistorische en landschappelijke waarde vertegenwoordigen. Het betreft vooral monumentale boerderijen en de bebouwingslinten. Boerderijen die aangewezen zijn als Rijksmonument zijn vooral te vinden aan de Achterdijk, Waalseweg, de Oosterlaak en de Schalkwijkse Wetering. Tevens zijn er op de lijst van het Monumenten Inventarisatie Project van de Provincie andere objecten als cultuurhistorische waardevolle object opgenomen. Verder zijn er bijna 200 boerderijen, woonhuizen en andere objecten die de status van gemeentelijk monument hebben. Vele daarvan bevinden zich in het buitengebied.

Overige cultuurhistorische elementen

In de polder Vuylcop, langs de Schalkwijksewetering staat de toren Vuylcop, een cultuurhistorisch waardevol element. In Houten staan 4 kerken die vanuit het landelijk gebied moeilijk zichtbaar zijn. De kerktorens van t Goy, Schalkwijk en Tull en t Waal zijn daarentegen wel goed zichtbaar aanwezig.
In het buitengebied van Houten zijn veel archeologisch waardevolle terreinen en terreinen met archeologische waarde of betekenis aanwezig, voornamelijk op de stroomruggronden.

Overige elementen

De spoorlijn Utrecht-'s-Hertogenbosch met bovenleiding vormt een opvallende doorsnijding van het gebied voornamelijk in het open komgebied. De aanwezigheid van de spoorlijn wordt extra benadrukt door de bruggen over Lek en het Amsterdam-Rijnkanaal en door de hoge spoordijken.

De rijksweg A27 zorgt voor een opvallende doorsnijding van het gebied ten westen van Houten. Bijkomende elementen als viaducten, op- en afritten, vangrails en bewegwijzering versterken de invloed van de weg. Ook loopt een hoogspanningsleiding door de polder Oud-Wulven en Laagraven. De masten en leidingen zijn beeldbepalend in dit open weidegebied.

Pdf bestanden

Om pdf-documenten te kunnen lezen heeft u de gratis downloadbare Adobe Reader nodig.

Print Icoon printen