Vragen en antwoorden aardgasvrij
Nederland gaat van het aardgas af, de gemeente Houten ook. Dat brengt vanzelfsprekend allerlei vragen met zich mee.
Meewerken aan een alternatief is op dit moment nog geheel vrijwillig. De gemeente kan op dit moment het aardgas nog niet afsluiten. Dit kan de komende jaren veranderen. Er wordt door het kabinet gewerkt aan nieuwe wetgeving waarin mogelijk een verplichting wordt opgenomen. Dan kan de gemeenteraad over een aantal jaar een besluit nemen om een wijk van het gas af te sluiten als er sprake is van een goed alternatief.
Dat besluit wordt zorgvuldig genomen, ruim voordat het gas daadwerkelijk weggaat in de wijk. Via het wijkuitvoeringsplan kunt u invloed hebben op de keuze en het tempo waarin het hele proces bij u in de buurt verloopt. U bent niet verplicht om mee te doen met het aangeboden alternatief voor aardgas. Dit betekent wel dat u zelf moet zorgen voor een andere manier van verwarmen en koken.
Vragen en antwoorden | Pilotwijk de Polders
Op basis van bijeenkomsten, activiteiten en de deur-aan-deurcampagne in de Polders, is een overzicht samengesteld met veel gestelde vragen en antwoorden van inwoners.
Onderstaand document geldt daarom specifiek voor de Polders en wordt regelmatig aangevuld met nieuwe informatie en vragen. De nieuwste vragen en antwoorden staan altijd onderaan in het document.
Op 6 mei konden bewoners kennismaken met de mogelijke bouwers van het bronnet. Er waren vier partijen aanwezig, namelijk:
- Consortium Energiedamwand, Itho Daalderop en Buro Loo
- DWPK
- Uiteigenbodem
- De Warmtemaatschappij
De vier bouwers hebben zich voorgesteld, aangegeven hoe hun bronnet werkt en toegelicht waarom hun oplossing past bij de Polders.
Bewoners hadden de gelegenheid om vragen te stellen. Al deze vragen zijn inmiddels beantwoord en uitgewerkt. U kunt de vragen hieronder lezen door op de partij te klikken waarvan u de antwoorden wilt lezen.
- Is er voor het aardgasvrij maken van de woning een 3-fase aansluiting nodig?
Voor het aardgasvrij maken van een woning is een 3×25 ampère (3‑fase) aansluiting heel geschikt. Apparaten zoals een warmtepomp en een inductiekookplaat vragen namelijk meer vermogen dan een standaard aansluiting vaak kan leveren. Echter kan afhankelijk van de woning en de gekozen apparatuur, in veel gevallen ook volstaan worden met een 1 x 40 Ampère aansluiting. Daarmee is een 3 x 25 Ampère aansluiting niet een vereiste. Er kunnen wel andere redenen zijn waarom je als bewoner een 3 x 25 Ampere aansluiting wil, bijvoorbeeld om snel een auto op te laden.
Wilt u graag een 3‑fase aansluiting (denkt u die nodig te hebben)? Dan is het verstandig om die alvast aan te vragen, omdat dit later nodig kan zijn en tijd kan kosten om te regelen. - Kan er een indicatie worden gegeven van de kosten van de verschillende bronnetconcepten voor de bewoners; instapkosten en daarna structurele kosten?
Het uitwerken van de indicatieve kosten is onderdeel van het traject waar we op dit moment in zitten. De marktpartijen hebben tijdens de bewonersavond zichzelf voorgesteld, hun concept uitgelegd en verteld waarom zij denken dat het een goed concept is voor deze wijk. In de komende maanden zullen ze een schetsontwerp maken voor de Polders met een doorrekening van de kosten en een concept warmtebod voor bewoners. Het is nu dus nog te vroeg om hier wat over te zeggen. - Hoeveel woningen moeten er minimaal meedoen om rendabel te zijn?
De uitwerking van de kosten en daarmee ook het inzicht in het minimale aantal deelnemers is onderdeel van het traject waar we op dit moment in zitten. De marktpartijen hebben opdracht gekregen om dit in de komende maanden uit te werken. Na deze uitwerking kan hier een antwoord op gegeven worden. - Kunnen jullie uitleggen hoe de kostenstructuur van de verschillende bronnetconcepten in elkaar zitten (verhouding vaste en variabele kosten) en hoe deze zich verhouden tot individuele warmtepompen?
Dit gaan we in de komende maanden goed uitwerken. Er zijn nog verschillen tussen de concepten. Bij sommige concepten koopt de bewoner de warmtepomp, bij andere hoeft dat niet. Daarmee is er best wat verschil tussen de benodigde investering vanuit de bewoner en de maandelijkse vastkosten. De uitkomst van deze verkenning van de bronnetconcepten zal uitwijzen hoe deze zich tot elkaar verhouden. Een kenmerk van alle bronnetconcepten is in ieder geval wel dat ze heel efficiënt zijn, waardoor de energiekosten (variabele verbruikskosten) heel laag zijn. - Zijn deze oplossingen duurder dan een gasgestookte ketel, en wat is het verschil in kosten?
Het huidige traject hebben we opgezet, juist om de kosten en baten van de verschillende opties concreet in beeld te brengen. Tijdens de bewonersavond hebben de marktpartijen (mogelijke bouwers van het bronnet) hun concept toegelicht. In de komende maanden werken zij dit verder uit in een schetsontwerp voor de Polders, inclusief een doorrekening van de kosten en een eerste voorstel voor een warmteaanbod. We kunnen nu nog niet concreet de kostenverschillen aangeven en vergelijken deze ook met andere oplossingen, zoals individuele warmtepompen of een gasketel. - Hoe wordt uiteindelijk besloten welke oplossing er komt?
De gemeente neemt uiteindelijk het besluit over welke route we verder volgen. Daarbij is draagvlak onder bewoners de belangrijkste voorwaarde. Tegelijkertijd weegt de gemeente ook andere belangen mee, zoals betaalbaarheid, inpasbaarheid (in woningen, onder- en bovengrond en het elektriciteitsnet), duurzaamheid en betrouwbaarheid van de gekozen oplossing. We laten ons hierbij adviseren door professionals, zoals De Warmte Transitiemakers en de klankbordgroep Publieke warmtebedrijven (met onder andere NetVerder en Buurtwarmte Houten). De inbreng van bewoners wordt dus serieus meegenomen en is in belangrijke mate bepalend voor de uiteindelijke keuze. - Hoe verschillen de bronnetconcepten van elkaar?
De bronnetconcepten verschillen op meerdere punten van elkaar. Zo zit er verschil in de schaal: van grotere, meer centrale systemen tot kleinere oplossingen met bijvoorbeeld gedeelde bodemlussen. Ook de bron waar warmte uit wordt gehaald verschilt per concept.
Welke andere verschillen er precies zijn, en wat dat betekent voor bijvoorbeeld aanpassingen in de woning, kosten, comfort en aanlegduur, wordt de komende tijd verder uitgewerkt door de marktpartijen. - Als we voor een bepaalde oplossing kiezen in de Polders, kiezen we dan voor heel Houten hetzelfde systeem of wordt voor iedere wijk een eigen keuze gemaakt?
Als we kiezen voor één oplossing voor de Polders, dan betekent dat niet automatisch dat heel Houten precies dezelfde warmteoplossing krijgt. Voor elke wijk wordt gekeken wat het beste past bij de woningen, de omgeving en de wensen van bewoners. We streven er wel naar om waar mogelijk slimme en schaalbare oplossingen te kiezen, zodat we later ook andere wijken kunnen aansluiten en kosten kunnen beperken. Het zou dus goed kunnen dat de oplossing voor de Polders ook een slimme keuze is in andere wijken. Tegelijkertijd is niet elke wijk hetzelfde. Verschillen in woningtype, bouwjaar en ruimte in de ondergrond maken dat een oplossing die goed werkt in de ene wijk, niet altijd één-op-één toepasbaar is in een andere wijk.
Daarom beginnen we in de Polders op kleinere schaal. Zo kunnen we ervaring opdoen en zorgvuldig onderzoeken wat werkt. Die kennis gebruiken we vervolgens bij de aanpak in andere wijken in Houten. - Kan van elk concept in beeld worden gebracht welke werkzaamheden er in huis moeten gebeuren?
Dit wordt in de komende maanden uitgewerkt. Zij brengen niet alleen het netwerk in beeld, maar ook wat hun oplossing concreet betekent voor bewoners, zoals werkzaamheden in en aan de woning. Uiteindelijk willen we van alle oplossingen de voor- en nadelen in kaart brengen en beschrijven hoe de oplossing er voor bewoners uitziet. - Wie is er straks verantwoordelijk voor het onderhoud van de systemen en installaties?
Wie het onderhoud doet, is nog niet definitief bepaald. Parallel aan het onderzoek naar de technische oplossingen werken we ook uit hoe we het warmtebedrijf willen organiseren. De keuzes die we daarin maken, bepalen mede hoe het beheer en onderhoud van het totale systeem wordt ingericht en wie daarvoor verantwoordelijk wordt. De verantwoordelijkheid van onderhoud van installaties in de woning hangt bijvoorbeeld ook af of gekozen wordt voor eigen installaties of voor een centraal / integraal systeem dat in beheer blijft van het warmtebedrijf. - Zijn verschillende systemen onderling te combineren (compatibel)?
Sommige systemen zijn mogelijk met elkaar te combineren. Denk bijvoorbeeld aan een warmtepompkelder in combinatie met verschillende bronnetoplossingen. Ook is het mogelijk dat meerdere systemen naast elkaar in dezelfde wijk worden toegepast. Welke oplossing het meest geschikt is, kan verschillen per woningtype en situatie. Daarom is het ook denkbaar dat in één wijk verschillende (combinaties van) systemen worden ingezet. Tegelijk kunnen er voordelen zijn om voor één systeem te kiezen. Dit traject zijn we juist gestart om deze vraag beter te kunnen beantwoorden. - Welke installaties komen er aan de gevel? Zijn die vergelijkbaar in grootte met bestaande buitenunits van warmtepompen en hoeveel geluid geven deze installaties?
Bij een bronnet wordt gebruikgemaakt van een water‑water warmtepomp. Dit betekent dat er geen buitenunit aan de gevel nodig is, zoals bij veel andere warmtepompen. Er komen dus geen grote installaties aan de buitenkant van de woning en ook geen geluidsoverlast van buitenunits. Dit geldt voor alle bronnetconcepten. Er zijn echter wel een warmtepomp en warmwater boilervat nodig in de woning. De marktpartijen werken uit hoe dit eruitziet.
- Hebben jullie naast nieuwbouwwijken ook ervaring met het aardgasvrij maken van bestaande wijken? Zo ja, welke?
Vanuit Energiedamwand Nederland hebben we projecten gerealiseerd bij 1) Molen de Otter, 2) t' Swettehuys, 3) Jachthaven Enkhuizen en 4) in Vreeswijk. Vanuit Itho Daalderp is er veel ervaring in de bestaande bouw. Vergelijkbare projecten zijn Terborg (Wonion) en Petten (Wooncompagnie). En vanuit Buro Loo zijn we bij diverse projecten betrokken. Het project Zandweerd Deventer is een vergelijkbaar voorbeeld, dat nu gerealiseerd wordt. - Waarom leggen we dit bronnet niet meteen voor heel Houten aan? Zou dat niet goedkoper zijn?
Antwoord vanuit gemeente/proces: Het lijkt logisch dat in één keer opschalen goedkoper is. In de praktijk is dat maar deels zo. De overstap naar aardgasvrij vraagt in elke wijk een intensief traject met bewoners: informeren, keuzes maken en voorbereiden. Dat kost tijd en aandacht en is niet goed in één keer in heel Houten te organiseren. Daarom beginnen we in De Polders. We houden daarbij vanaf het begin scherp in de gaten dat de gekozen aanpak voor bewoners in de Polders passend, betaalbaar en zorgvuldig is. Bij alle keuzes wordt nadrukkelijk rekening met de grotere opgave voor heel Houten. Daarnaast is de techniek eenvoudig uit te breiden. Vanaf een ander stuk damwand kan eenvoudig een nieuw deel van Houten aangesloten worden. Dat hoeft niet perse allemaal via één en hetzelfde bronnet. - Kan je ook later aansluiten op dit bronnet? Bijvoorbeeld als je huidige cv-ketel of warmtepomp vervangen moet worden?Jazeker, dat is geen enkel probleem. Omdat we gebruik maken van een bronnet dat bestaat uit kunststofleidingen, kunnen er later vrij eenvoudig extra aansluitingen gemaakt worden. Je zou het kunnen vergelijken met de aanleg van een glasvezelnet.
- Moet je verplicht een warmtepomp van Itho Daaldrop nemen om op dit bronnet aan te mogen sluiten?
Nee, dat is geen harde verplichting. Als u een ander merk wilt, kan dat uiteraard. Het voordeel van een warmtepomp van Itho Daalderop is dat zij heel veel ervaring hebben met warmtepompen die op een bronnet aangesloten zijn. En ook voor eventuele afspraken over service en onderhoud is het een voordeel als de warmtepomp van Itho Daalderop is. - Als besloten wordt om de wijk aardgasvrij te maken met het Energiedamwand concept, hoe lang duurt dan ongeveer de realisatie?
De hele voorbereiding zal een paar jaar vergen, omdat er natuurlijk de nodige zaken geregeld en besluiten genomen moeten worden. Maar als dat achter de rug is en er ook een aannemer is geselecteerd om het systeem aan te leggen, dan kan het geheel in een aantal maanden gerealiseerd worden. Als er veel bewoners enthousiast zijn, zal de realisatie sneller uitgevoerd kunnen worden. - Welke overlast / bouwwerkzaamheden kunnen we verwachten in de wijk (tijdsduur, locaties)?
Tijdens de realisatie zal er gegraven worden om de leidingen in de straten aan te brengen. En vanaf die leidingen zal er ook een aansluiting op de woningen gemaakt worden. Dat zal uiteraard enige overlast geven. Aan de ander kant worden leidingen steeds meer met een zogenaamde gestuurde boring aangebracht, waardoor er nauwelijks meer in de straten en de tuinen gegraven hoeft te worden. - Hoe flexibel is het om later nog extra woningen aan te sluiten op deze oplossing? Moet daarvoor de straat opnieuw open, of kan dat zonder ingrijpende werkzaamheden?
Zie ook het antwoord op vraag 3. Aanvullend daarop is het de overweging waard om zogenaamde blinde aansluitingen te maken. Op de hoofdleiding worden tijdens de realisatie dan alvast aansluitstukken gemaakt, waar de woningen dan later bijvoorbeeld via het trottoir eenvoudig op aangesloten kunnen worden. Dan hoeft de straat niet steeds opengebroken te worden. - Welke invloed heeft de Energiedamwand op het uiterlijk van de kade? Moeten er bijvoorbeeld bomen gerooid worden of komen er gebouwen op de kade voor het transport naar de wijk?
Bij de kade zie je zo goed als niets. Alle leidingen zitten onder de grond, dus daar hoeven geen extra gebouwen voor gemaakt te worden. De bomen worden uiteraard zoveel mogelijk gespaard. En dat kan heel goed door niet te graven, maar de leidingen met een gestuurde boring aan te brengen. In het kanaal zelf komen de wisselaars in de 'inhammen' van de damwand te hangen. Dat zal er dus iets anders uit komen te zien dan nu. Die inhammen zullen straks minder zichtbaar zijn, omdat er een mooi afgewerkte wisselaar in zit. - Heeft de Energiedamwand invloed op de scheepvaart? Kan deze bijvoorbeeld schade ondervinden?
Nee, de scheepvaart heeft er geen hinder van, omdat de wisselaars in de 'inhammen' van de damwand worden aangebracht. En aan de buitenkant van de damwand zit nu ook al een dikke balk voor de scheepvaart. Die blijft er straks ook gewoon op zitten. - Waar zijn de structurele kosten op gebaseerd? Zijn deze gekoppeld aan bijvoorbeeld de gasprijs, zoals bij sommige warmtenetten, of worden ze op een andere manier bepaald?
De nieuwe warmtewet (wet collectieve warmte) schrijft voor dat een zogenaamd kostprijs-plus-methodiek gehanteerd moet worden. Dus de echte kosten moeten in beeld gebracht worden, waar dan een kleine marge (winst) over gerekend mag worden. - Wordt (de efficiëntie van) de Energiedamwand beïnvloed door de waterstand in het Amsterdam-Rijnkanaal?
Nee, die heeft daar geen invloed op, omdat we de warmtewisselaars diep genoeg aanbrengen. Ze blijven dus altijd onder water hangen. En mochten ze toch een keer gedeeltelijk droog komen te staan, dan is er niets aan de hand. Het deel van de wisselaar onder water blijft gewoon doorwerken. - Wat is de invloed van vervuiling van de damwand zelf, met name op het rendement van de Energiedamwand?
Die is er niet. Er is al veel ervaring met dergelijke typen warmtewisselaars. Het is een gesloten systeem, waardoor er in de leidingen geen vervuiling op kan treden. - Is het mogelijk om te verwarmen en te koelen met dit systeem?
Ja, dat kan heel goed. Dat is ook de kracht van het systeem. Het gaat dan om passieve koeling, waarbij geen extra compressoren worden toegepast. - Wat zijn de kwetsbare of minder sterke punten van uw oplossing ten opzichte van andere bronnet‑technieken?
In vergelijking met de andere systemen zijn er eigenlijk geen kwetsbaardere delen. We maken gebruik van degelijke materialen, die een lange levensduur hebben. Een minder sterk punt zou misschien kunnen zijn dat we iets meer leidingen aanbrengen tussen het kanaal en de woonwijk, omdat wij de energie uit het kanaal halen en niet direct uit de bodem. Maar dat zijn allemaal ongeïsoleerde leidingen die gemakkelijk en goedkoop te verwerken zijn.
- Hebben de warmtepompkelders geen last van vocht?
De kelders worden luchtdicht en dus vochtdicht afgewerkt. Door ons unieke systeem valt de deksel luchtdicht op de kelder, hierdoor wordt vocht buiten de kelder gehouden en verdrongen. Daarnaast zit er ook een vochtdetector onder in de kelder. Deze geeft bericht en schakelt het systeem uit ter beveiliging als het vochtgehalte te hoog wordt. - Moet de kelder voor onderhoud altijd goed toegankelijk blijven, bijvoorbeeld door deze vrij te houden en er geen tuin overheen aan te leggen? Of moet de tuin dan weer overhoop gehaald worden?
DWPK heeft een systeem ontwikkeld waarmee de deksel simpel van de kelder getild kan worden. Bestrating over de deksel is geen probleem. De deksel komt op maaiveldhoogte en afgewerkt met bijvoorbeeld bestrating, op deze manier valt de kelder weg in tuin. Het is uiteraard mogelijk om de tuin over de deksel aan te leggen, maar dan zou bij eventueel onderhoud inderdaad de tuin weer opengehaald worden, dit raden wij daarom wel af. - Wat zijn de kwetsbare of minder sterke punten van uw oplossing ten opzichte van andere bronnet‑technieken?
Een van de beperkende factoren zou de grondsamenstelling in de omgeving kunnen zijn. Het boren van de bron zou dan hierop aangepast moeten worden. Het is uiteraard ook mogelijk om een andere bron op ons systeem aan te sluiten waardoor deze beperking vermeden kan worden. - Welke bouwwerkzaamheden en overlast kunnen we in de wijk verwachten (bijvoorbeeld duur en locaties)?
Er mag uitgegaan worden van 1 á 2 boringen per dag, plaatsen van 2 á 3 kelders per dag en 1 á 2 dagen installatiewerkzaamheden per woning (per installatieteam). De boring kan eventueel geluidsoverlast veroorzaken. Het boren wordt gedaan met een grote boorstelling, deze kan ruimte in de straat of oprit innemen. Bij de installatiewerkzaamheden moeten er leidingen door de woning gelegd worden. Wij proberen altijd huidige leidingen of koven te gebruiken om zo de overlast te minimaliseren. Is dit niet mogelijk, dan gaan we in overleg over de beste optie. - Veel woningen hebben geen voortuin. Waar kan de kelder dan worden geplaatst? Kan de kelder ook in de achtertuin, en denkt de gemeente mee over mogelijke oplossingen?
Uiteraard is het ook mogelijk de kelder achter het huis te plaatsen. Als de achtertuin goed bereikbaar is voor de graafmachine is het geen probleem. De gemeente heeft aangegeven te prefereren om particuliere bezittingen ook op particuliere grond te houden. - Hoeveel kelders zijn er nodig voor een appartementencomplex?
Dit hangt volledig af van het complex. Denk hierbij aan het aantal appartementen, de huidige cv-aansluitingen, maar ook de warmwatervraag en warmteverliezen van de appartementen maken hierbij het verschil. Is er al collectieve warmtevoorziening of heeft ieder appartement een cv, wij proberen aan te sluiten bij de huidige leidingen infrastructuur. - Voor hoeveel huishoudens is één kelder bedoeld, en is dit altijd één-op-één of kunnen meerdere woningen hier gebruik van maken?
Wij raden altijd aan om een kelder per woning toe te passen. Het is wel mogelijk om bronnen met elkaar te delen. Het is handiger om de warmtepomp per huis te dimensioneren. Dit heeft ook te maken met dat geen enkel huis identiek is, dus dingen als de warmtevraag, warmwatervraag en het afgiftesysteem zal per huis verschillen. Dit is moeilijk differentiëren voor een warmtepomp, daarom raden wij aan om een warmtepompkelder per woning toe te passen. - Het lijkt erop dat het systeem en de kelder gesloten zijn. Hoe wordt alles dan onderhouden?
De deksel kan met een speciaal ontwikkeld hefsysteem van de kelder gehaald worden. Hier is een monteur voor nodig en hoeft de bewoner in principe niet voor thuis aanwezig te zijn. De kelder is dus te openen voor onderhoud. DWPK biedt een onderhoudscontract aan indien gewenst door bewoner. Wij kunnen ook trainingen en tools verzorgen voor een lokale monteur om het onderhoud op zich te nemen. - Kan de warmtepompkelder ook gecombineerd worden met andere bronnetsystemen, zoals Energiedamwand?
Ja dat kan zeker. De warmtepompkelder kan met meerdere soorten bronnen functioneren. - Hebben bewoners binnen dit concept ook vrije keuze in het soort warmtepomp?
Wel in de grootte van de warmtepomp en het type. Over het algemeen hebben wij een specifiek merk warmtepomp waar onze kelder ook op gedimensioneerd is. Wij zijn momenteel wel aan het onderzoeken welke andere merken ook zouden passen en aan onze eigen interne kwaliteitseisen voldoen. - Wat zijn de afmetingen van een warmtepompkelder en hoeveel ruimte heb je nodig in de voortuin om zo'n warmtepompkelder te kunnen plaatsen?
De kelder is 1,20m bij 1,20m, de kelder is ongeveer 1,40m hoog. U kunt uitgaan van 1,2 vierkante meter aan ruimte in de tuin. - Moet er per woning een eigen kelder worden aangelegd? Wat als bewoners dit niet in hun tuin willen, bijvoorbeeld vanwege werkzaamheden? Zijn er alternatieven, zoals plaatsing in de openbare ruimte, of is een kelder soms niet nodig?
Het uitgangspunt van de gemeente is dat particuliere eigendommen op particuliere grond worden geplaatst. Voor de gevallen dat dit echt niet mogelijk is, zal de gemeente onderzoeken wat de mogelijkheden zijn. Dit geldt niet voor gevallen waar het qua inpassing wel mogelijk is maar bewoners het niet wenselijk vinden. Plaatsing van de warmtepomp in de woning (of bijkeuken / garage) is ook een alternatief zijn. De kelder zorgt ervoor dat er geen ruimte in de woning wordt ingenomen en dat er geen geluidsoverlast van de warmtepomp komt. Als men de ruimte in de woning heeft is plaatsing in de woning uiteraard mogelijk. - Is de warmtepompkelder ook geschikt voor een flat of bovenwoning en hoe?
Dit hangt volledig af van de situatie, zie vraag over appartementencomplex. Vanaf de warmtepompkelder worden 2 tot 4 leidingen naar de woning zelf toegelegd. Dit tracé kan een uitdaging worden bij een flat of bovenwoning en zal per situatie moeten worden bekeken. - Is het mogelijk om op een later moment alsnog aan te sluiten, bijvoorbeeld als de rest van het blok al enkele jaren eerder is aangesloten?
Dit is in principe mogelijk. Wij raden wel aan om in deze situatie een nieuw bronnet te starten. De kosten voor het aansluiten op een al bestaand net wat ook nog in gebruik is, kunnen erg hoog oplopen. Er is daarom weinig (financieel) voordeel te behalen uit aansluiten op een al bestaand net. Wij zouden aanraden om clustergewijs bronnetten te realiseren. Dan kunnen er naast de bewoners die direct willen participeren, er ook bewoners in een later stadium een bronnet starten. - Is deze oplossing geschikt in gebieden met een hoge grondwaterstand (gaat deze niet drijven), en wat betekent drassige grond voor het aanleggen van een kelder?
De kelder is zo ge-engineerd dat deze niet kan gaan drijven. Het gewicht van de kelder is hoog genoeg om in alle situaties de normaalkracht en drijfkracht van de bodem te evenaren. Drassige grond maak plaatsing soms iets lastiger, maar kan desalniettemin. - Kan je dit systeem ook plaatsen als er maar 1 of enkele woningen meedoet in een rijtje?
Dit kan zeker. Dan zal er wel een bron per woning toegepast moeten worden om zeker te zijn dat er altijd genoeg warmte is. Maar dit is in principe geen probleem en doen wij wel vaker bij bijvoorbeeld particulieren. - In de warmtepompkelder zit geen boiler, waar wordt deze geplaatst?
Meestal plaatsen wij deze waar de oude cv-installatie in huis stond. Deze ruimte is over het algemeen voldoende voor het plaatsen van een boilervat. Tijdens het schouwen controleren wij altijd de beschikbare ruimte voor het boilervat in overleg. - Blijven jullie na de installatie betrokken, of ligt het onderhoud daarna bij een lokale installateur?
DWPK biedt een onderhoudscontract aan om na installatie betrokken te blijven en om preventief onderhoud periodiek uit te voeren. Daarnaast bieden wij ook trainingen en tools aan voor lokale installateurs om onderhoud aan onze systemen uit te voeren. Dit zou ook via een publiek warmtebedrijf georganiseerd kunnen worden. Parallel aan het onderzoek naar de techniek werken we uit hoe we het warmtebedrijf organiseren. Die keuzes bepalen hoe beheer en onderhoud worden geregeld, ook voor installaties in de woning. - Hoeveel warmte verlies je tussen de kelder en het huis? Wat doet dat met het rendement van de warmtepomp?
Dit is moeilijk te berekenen in een theoretische situatie. Hoe verder de kelder van het huis af staat hoe meer warmte deze verliest. Daarom plaatsen wij de kelder het liefst zo dicht mogelijk bij het huis. Als de kelder binnen 5-10 meter van het huis kan worden geplaatst en het leidingtrace normaal kan is dit warmteverlies verwaarloosbaar. - Is de kelder onder een auto oprit realiseerbaar? Kan je er met een auto overheen rijden?
Ja dit kan zeker en er kan ook overheen gereden worden. De kelder en deksel is zo ge-engineerd dat de auto er op geparkeerd kan worden zonder problemen voor de kelder. De kelder op de oprit plaatsen raden wij ook aan. Onze kelder kan tot 850 kg aan gewicht dragen. Voor de beeldvorming, een gemiddeld geparkeerde auto wordt een wielbelasting aangehouden van 250 kilogram. Door de afmeting van de kelder kan er maximaal een wiel van de auto op de deksel staan. Bij een SUV met de motor voorin kan de wielbelasting oplopen tot 450 kilogram. Dat is dus nog ruim binnen het bereik van wat de kelder kan dragen. - Klopt het dat er een afhankelijkheid met de buren ontstaat? En, hoe zit dat dan met verkoop, en nieuwe buren die iets anders willen?
Dit is waarom wij het liefste werken met een kelder per woning. Op die manier heeft elke bewoner ook haar eigen systeem en eigen aansluiting richting de bron. Deze kunnen dan ook verkocht worden met het huis. De gedeelde bron kan onder andere via zogenaamde mandeligheid worden geregeld. - Wie is eigenaar van de kelder? De bewoners of het warmtebedrijf?
Wie eigenaar wordt, is nog niet definitief bepaald en is ook afhankelijk van wat bewoners willen. Parallel aan het onderzoek naar de techniek werken we uit hoe we het warmtebedrijf organiseren. Die keuzes bepalen ook hoe eigendom van de installaties wordt geregeld. DWPK kan ook een ESCo-variant aanbieden en de rol van warmtebedrijf invullen. In dat geval is de bronnet en de kelder in het beheer en eigendom van DWPK en is de warmtepomp en boiler eigendom van de bewoner. Maar er zijn dus meerdere oplossingen denkbaar. We gaan dus graag na welke voorkeur bewoners hierin hebben. - Hoe lang gaat de warmtepompkelder mee?
De kelder is van beton gemaakt. Dit kan 50+ jaar mee in de grond mits correct geplaatst. De bron die wij ontwerpen wordt zo gedimensioneerd dat deze na 50+ jaar nog steeds naar behoren functioneert en genoeg warmte kan leveren zonder dat de bodem hier onder lijdt. De warmtepomp zelf heeft een gemiddelde levensduur van 15-25 jaar mits goed onderhouden. Wij bieden ook preventief en periodiek onderhoud aan om de levensduur van de warmtepomp zo lang als mogelijk te maken. - Past een batterij in een standaard kelder, of is daar een grotere kelder voor nodig?
Er is nog ruimte in onze huidige kelder om een batterij bij te plaatsen. Dit is wel een specifiek merk batterij wat door ons geselecteerd is op basis van afmetingen en onze eigen interne kwaliteitseisen. Belangrijk om te benoemen is wel dat de omvormer niet in de kelder kan vanwege ruimte en de ventilatiebehoefte van de omvormer. - De wijk heeft veel last van verzakkende grond, dit kan dan ook een risico zijn voor leidingen tussen kelder en woning?
Dat kan zeker, hier zouden wij ook een bodemonderzoek voorafgaand aan willen doen om deze risico’s waar mogelijk alvast in te dekken. Mogelijk kunnen wij preventief engineeren op de verzakkende grond. Daarnaast melden wij onze graaf en boorwerkzaamheden altijd ook bij de omgevingsdienst en krijgen wij ook melding terug waar rekening mee te houden.
- Welke overlast / bouwwerkzaamheden kunnen we verwachten in de wijk (tijdsduur, locaties)?
Boren van gaten tot circa 300 meter diepte voor de bodemcollectoren. Geschat wordt dat circa 1 bodemcollector per 3 woningen nodig is. Het boren duurt ongeveer 1 dag en maakt beperkt geluid, daarna worden in de grond horizontale leidingen (ringleiding) op een diepte van zo'n 60-80 cm aangebracht om de bodemcollectoren onderling te verbinden en de aansluitingen naar de woningen te maken. Dat kan in enkele dagen. - Moet een heel blok of rij woningen tegelijk aansluiten, of kan dit ook per woning? En, wat gebeurt er als niet alle woningen in een blok meedoen?
Hoe meer mensen meedoen, hoe makkelijker het wordt om de bodembronnen aan elkaar te verbinden. Maar er kunnen ook losse clusters ontstaan. Niet alle bodemlussen moet met elkaar verbonden worden. Een bodemlus kan ook op zichzelf functioneren, maar dat vraagt wel om een ruimere dimensionering van de bodemlus.
Het bodemnet is om de volgende redenen zeer geschikt om op wijkniveau toe te passen in de bestaande bouw:
a) Door de ringleiding verdeelt de vraag van de individuele woningen zich over de bodemcollectoren. De individuele bodemcollectoren worden daardoor niet ontworpen voor de warmtevraag van een woning, maar voor de groep.
b) De bodemcollectoren en de ringleiding kunnen in openbare ruimte worden gerealiseerd, waardoor de erfafscheiding en tuinen van de woningen niet beschadigd worden. De aansluiting vanaf de ringleiding naar de woning kan bijvoorbeeld in het pad naar de voordeur worden aangelegd.
c) Woningen van particuliere eigenaren kunnen direct of later worden aangesloten. Bij aansluitingen op het bodemnet komen particulieren in aanmerking voor de ISDN-subsidie voor aansluitkosten. - Welke aanpassingen en installaties zijn er nodig binnen in de woning?
Elke woning die aansluit krijgt een warmtepomp en een boiler voor warm tapwater. Dit kan vaak in één apparaat van 60x60 cm en een hoogte van zo'n 180 cm hoog, die komt op de plaats van de gasketel. Een leiding (2 x 32-40 mm) komt in de woning om de warmtepomp te verbinden met de ringleiding. Die kan vaak via de kruipruimte naar de locatie van de warmtepomp worden gebracht. Het kenmerkende van onze oplossing is niet de warmtepomp, maar het bodemnet en het feit dat er geen buitenunit nodig is. - Hoe blijft de temperatuur van de gezamenlijke bronnen in balans, bijvoorbeeld als er in de zomer structureel weinig wordt gekoeld?
Het bodempakket waaruit de bodemcollectoren warmte halen, wordt geregeneerd door de warmtestroom uit de kern van de aarde naar het oppervlak en omdat warmte zich opnieuw verdeeld in het gehele bodempakket. Aanvullend kan extra regeneratie optreden door koeling. Het bodempakket koelt in de winter iets af en en warmt zo in de zomer weer op. Het bodemsysteem kan zo worden ontworpen dat ook zonder koeling de bodem in balans is.
- Welke overlast / bouwwerkzaamheden kunnen we verwachten in de wijk (tijdsduur, locaties)?
De bouwwerkzaamheden in de wijk zijn minimaal. Per woningblok van 10 woningen wordt een bodembron aangelegd middels boringen, uitgevoerd vanuit een compacte boorwagen ter grootte van een bestelbus. Als bewoner ervaar je minimale overlast qua geluid. De totale doorlooptijd van de totale aanleg bedraagt circa één week per woningblok. - Hoe flexibel is het om later nog extra woningen aan te sluiten op deze oplossing? Moet daarvoor de straat opnieuw open, of kan dat zonder ingrijpende werkzaamheden?
Wij realiseren op voorhand een bodembron die afgestemd is op het maximaal aan te sluiten woningen. Daarnaast leggen we een intern bronnet aan waarop bewoners op een later moment kunnen aansluiten. - Wat zijn de kwetsbare of minder sterke punten van uw oplossing ten opzichte van andere bronnet‑technieken?
Om het warmtesysteem (bodembronnen en intern bronnetten) efficiënt en betaalbaar aan te kunnen leggen, is het belangrijk dat er voldoende woningen meedoen. Een eindgebruiker betaalt in 2026 per kWh 11 cent energiebelasting inclusief BTW. De Warmte Maatschappij levert een grootverbruikersaansluiting waarbij deze energiebelasting minimaal is; daarvoor moeten echter wel minimaal 40 woningen deelnemen die dicht bij elkaar liggen, bijvoorbeeld in dezelfde straat of in een aantal straten naast elkaar. - Is de collectief ingekochte stroom alleen bedoeld voor de warmtepomp, of ook voor het overige elektriciteitsverbruik in huis?
De gezamenlijke stroomaansluiting is alleen bedoeld voor het warmtesysteem. Deze stroom gebruiken wij voor de onderdelen van het Smart Thermal Grid (STG) inclusief de warmtepomp en de boiler. De Warmte Maatschappij levert vanuit de STG warmte; we leveren geen stroom aan uw eigen meterkast. Uw overige stroom voor verlichting, koken, apparaten en stopcontacten blijft gewoon via uw eigen energieleverancier lopen. - Worden er kosten gerekend voor het terugleveren van elektriciteit via zonnepanelen?
Nee, dat is niet van toepassing. Indien een woning zonnepanelen bezit, dan vindt teruglevering plaats op de eigen meterkast en niet via het warmtesysteem van De Warmte Maatschappij. - Kan ik later nog overstappen naar een andere energieleverancier, of zit ik vast aan deze oplossing?
Voor uw stroomverbruik (koken, wasmachine, e-auto, licht, etc.) kunt u zelf uw stroomleverancier kiezen. Voor warmte sluiten we een langetermijn contract of. Warmte koopt u dus in bij De Warmte Maatschappij. Omdat wij de warmte maken met collectief ingekochte stroom kunnen we goedkoper warmte leveren. De klant betaalt bij De Warmte Maatschappij namelijk geen energiebelasting in tegenstelling tot een individuele aansluiting, zie antwoord op vraag 3. - Kunnen bestaande zonnepanelen worden aangesloten op het systeem om kosten voor de bewoners te verlagen?
Nee dat is niet mogelijk. Zie antwoord op vraag 5 - Kan ik zelf bepalen wanneer ik verwarm of koel (zelf regie houden in huis)?
Ja, u blijft uiteraard baas in eigen huis. U voert zelf de regie op uw thermostaat en temperatuur in de woning. - Kan de woning ook gekoeld worden via vloerverwarming?
Ja, indien er in de woning vloerverwarming aanwezig is kan dit sowieso. Daarnaast kunnen we werken met fancoils waarmee ook gekoeld kan worden. - Is er een verschil in aansluiting tussen appartementen en grondgebonden woningen?
Niet iedere woning is hetzelfde. Daarom kan de oplossing per woning iets verschillen. De ene woning heeft bijvoorbeeld een andere indeling, een andere plek voor de installatie of een ander verwarmingssysteem dan de andere woning. Voordat we iets gaan aanleggen, onderzoeken we eerst goed hoe de woningen eruitzien. Daarna bepalen we per woning wat de beste manier is om het warmtesysteem aan te sluiten. - Hoeveel huishoudens kunnen worden aangesloten op één bron/put?
Maximaal 10 woningen per bodembron. Bij meer woningen maken we dus meerdere bodembronnen. - Waarom is dit systeem een betere keuze dan bijvoorbeeld warmte uit oppervlaktewater?
Ons warmtesysteem haalt warmte uit de bodem. Dit doen wij lokaal (zo dicht mogelijk in de buurt van de verbruikers). Hierdoor worden transportverliezen beperkt en is het systeem zeer efficiënt. Daarnaast wordt de overlast in de wijk geminimaliseerd omdat de bron meteen aan het woningblok gekoppeld wordt. We hebben dus geen lange transportleidingen nodig. - Moet een heel blok of rij woningen tegelijk aansluiten, of kan dit ook per woning? En, wat gebeurt er als niet alle woningen in een blok meedoen?
Wij realiseren op voorhand een bodembron die afgestemd is op het maximaal aan te sluiten woningen. Daarnaast leggen we een intern bronnet aan waarop bewoners op een later moment kunnen aansluiten. - Is deze oplossing ook geschikt voor appartementen of VvE’s?
Ja, onze oplossing is ook voor appartementen en VvE's. - Kunnen leidingen ook binnenshuis worden aangelegd in plaats van buiten?
De leidingen die warmte uit de bodem halen, liggen onder de grond. Deze komen op een nette manier de woning binnen via een vaste leidingroute. Daarnaast zijn er in de woning leidingen nodig om het systeem aan te sluiten op de installatie. Deze worden netjes in de woning weggewerkt (bijvoorbeeld op de verdieping achter het knieschot). - Werkt het systeem ook in combinatie met een zonneboiler?
Nee, daar is het niet op ontworpen. - Hoe wordt het systeem toegepast bij woningen met bijzondere gevels (bijvoorbeeld isolatiematerialen zoals piepschuim)?
Het type isolatiemateriaal heeft geen invloed op de montage van ons systeem. - Hoeveel vergelijkbare systemen hebben jullie al gerealiseerd? En, waar is het toegepast?
Het eerste project van De Warmte Maatschappij was Hilversumse Meent. In dit project zijn ruim 20 woningen aangesloten op ons systeem in combinatie met ons Energie Management Systeem (EMS). Dit EMS voorkomt piekstromen en zorgt ervoor dat energie op ‘goedkope momenten’ wordt ingekocht. Dit heeft weer een positieve uitwerking op het variabele energietarief (dus naast het voordeel van de energiebelasting). De componenten die we gebruiken in ons systeem bestaan al langer en worden ook op diverse andere projecten ingezet door onze toeleveranciers.
Op dit moment bereiden we in uw regio de realisatie van 250 woningen voor van woningcorporatie Gooi & Om in Muiden. Graag nodigen we u uit voor een bezoek aan onze demowoning die reeds is ingericht en waarin u onze oplossing kunt zien werken. - Is bij vloerverwarming nog een aanvullende (convector) verwarming nodig?
Nee bij vloerverwarming is dat geen randvoorwaarde. - Heeft de grondwaterstand invloed op de werking, en welke rol speelt het waterschap hierin?
Nee dit heeft geen invloed. - Verdwijnen jullie na de aanleg uit beeld, of blijven jullie betrokken bij beheer en onderhoud?
Zodra het project is afgerond, blijven we aanwezig als warmteleverancier. Dat wil zeggen dat wij verantwoordelijk zijn en blijven voor het totale beheer, werking en onderhoud van het systeem en de aangesloten woningen voor de komende 30 jaar.